Het hoofdsieraad met twee brede schuine 'stralen' behoort tot de groep ornamenten die enkel door de Mochica-elite werden gedragen. De Mochica-ambachtsman gebruikte in dit sieraad twee decoratietechnieken: de achtergrond is uitgesneden in een gelamineerde plaat tumbaga; het mensenhoofd is in haut-relïef aangebracht. De uitgesneden plaat, waarop nog resten van geweven stof zitten, is aan de zjikanten en op de bolronde bovenrand versierd met vier katachtigen die in hun poot een afgehakt mensenhoofd houden. Gezien de ringvormige tekening op hun pels, gaat het hier waarschijnlijk om ocelotten of jaguars Het hoofd in haut-reliëf is afgezet met een klep waaraan losse stukjes metaal bengelen. In de open mond is een in schelp uitgesneden gebit zichtbaar. De vorm, hoewel lichtjes afgerond aan de mondhoeken, evoceert de mond van Ai Apaec, de oppergod in het Mochica-pantheon.Doorgaans wordt deze god afgebeeld met een paar hoektanden die naar zijn verwantschap met het ras van de katachtigen verwijzen.