Deze armbanden behoren tot de uitrusting van een katsina danser. Tussen deze banden worden meestal takjes van altijd groenblijvende dennebomen gestoken. Om deze takjes te vinden worden verre tochten in de bergen gemaakt. Soms steekt men er gekleurde vogelveren tussen. Deze armbanden zouden verwijzen naar de sacrale vlinder, een liefdesamulet die het vermogen bezit mensen gek te maken.
De katsina (ook: kachina of katchina)-cultus gaat ervan uit dat alle materiële zaken in onze zichtbare wereld een geestelijke tegenhanger hebben in de onzichtbare bovenwereld: de katsina’s of ‘wolkenwezens’. De Hopi kennen bijna driehonderd van die geesten, elk met hun specifieke eigenschappen.