Deze kruik stelt een geknevelde krijgsgevangene voor met een touw om de hals. Bij de Moche (Mochika) nam de oorlogvoering een belangrijke plaats in. De strijd had doorgaans ook een ritueel karakter. Zo organiseerden leden van de krijgerklasse op bepaalde momenten van het jaar onderlinge gevechten. De verliezers werden krijgsgevangen genomen en geofferd bij rituelen ter bevordering van de vruchtbaarheid. Net als in het oude Mexico, gold het mensenoffer in de Andes als een religieuze daad. Het was aan strikte regels gebonden en kaderde in een wereldbeeld waarbij dood en leven een complementaire eenheid vormden. Het bloed van de slachtoffers werd aan de aarde en de voorouders geofferd. Dit ritueel moest de wederkerige samenwerking tussen levenden en doden garanderen, die het voortbestaan van mens en natuur verzekerde.